Dit is ondersteunend materiaal. Leer altijd ook je BOA-lesboek hiernaast. Hier staat alles in hoofdlijnen.
De verdachte
6 begrippen | 10 oefenvragen
Woorden met een stippellijn zijn begrippen. Klik erop voor uitleg.
De staat centraal in het strafproces. Zonder geen vervolging. De meeste opsporingsbevoegdheden (dwangmiddelen) mogen alleen tegen de worden toegepast. Dit heet de .
Wie is ? (art. 27 Sv):
- Lid 1: degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een aan een strafbaar feit voortvloeit (voor aanhouding en opsporingsbevoegdheden)
- Lid 2: degene tegen wie de vervolging is ingesteld (na dagvaarding)
Een moet gebaseerd zijn op concrete, objectieve feiten en omstandigheden. Een vaag onderbuikgevoel is niet voldoende!
...schakel naar uitgebreide versie om de volledige samenvatting te lezen.
Klaar met lezen? Test je kennis over dit hoofdstuk.
Oefentoets