Dit is ondersteunend materiaal. Leer altijd ook je BOA-lesboek hiernaast. Hier staat alles in hoofdlijnen.

Alle hoofdstukken
9
Module 2 - Formeel strafrecht

Bevoegdheden algemeen

9 begrippen | 10 oefenvragen

Woorden met een stippellijn zijn begrippen. Klik erop voor uitleg.

Een BOA kan zowel toezichthouder als opsporingsambtenaar zijn (twee petten). Deze twee functies staan geheel los van elkaar:
- Toezicht = controleren of de wet wordt nageleefd. Geen vermoeden van een strafbaar feit nodig. De betrokkene is verplicht mee te werken (voor zover gevorderd). Weigeren is strafbaar (art. 184 WvSr).

- Opsporing = onderzoek naar vermoedelijk gepleegd strafbaar feit (er moet een redelijk vermoeden van schuld zijn). De verdachte hoeft niet actief mee te werken, maar moet bevoegdheden wel gedogen ().

Bij optreden moet de opsporingsambtenaar voldoen aan en :
- : de bevoegdheid moet in de wet staan (art. 1 WvSv). Een bevoegdheid toepassen die niet in de wet staat is onwetmatig.

- : het optreden moet ook voldoen aan de beginselen van een goede procesorde:

- : gebruik het minst ingrijpende middel. Dus geen aanhouding als staande houden volstaat.

- : het middel moet in verhouding staan tot het doel (evenredigheid). Geen wapenstok voor een simpele overtreding.

- : eerlijke behandeling, geen listen, valse beloften of trucs.

- Verbod : geen misbruik van bevoegdheden. Je mag een toezichtbevoegdheid niet enkel gebruiken om een strafbaar feit op te sporen.

...schakel naar uitgebreide versie om de volledige samenvatting te lezen.

Klaar met lezen? Test je kennis over dit hoofdstuk.

Oefentoets